Uit cijfers en onderzoek blijkt dat er grote verschillen zijn tussen meisjes en jongens wat betreft hun aanwezigheid in de publieke ruimte en de activiteiten die ze er doen. Slechts 37% van alle aanwezige kinderen en jongeren in de publieke ruimte zijn meisjes. Bij peuters en kleuters zijn de genderverhoudingen nog in evenwicht, maar naarmate meisjes ouder worden stijgt de ongelijkheid. Tienermeiden zijn de meest onzichtbare groep: van de 12-14-jarige jongeren die rondhangen zijn slechts 34% meisjes en bij de 15-17-jarige jongeren zijn er slechts 31% meisjes (Meire, 2020).
Jongerenplekken zijn jongensplekken
Plekken die ingericht zijn voor jongeren (voetbal-/basketbalveld, calisthenics toestellen, skatepark) worden bijna uitsluitend gebruikt door jongens. Uit cijfers blijkt dat 85% van de gebruikers van sportzones jongens zijn (Meire, 2020). Wat bedoeld is als jongerenplek, is in realiteit een jongensplek.
(G)een eigen keuze?
Dat tienermeisjes minder gebruik maken van de publieke ruimte dan jongens, wordt maatschappelijk aanvaard. Met z’n allen stellen we eigenlijk niet genoeg in vraag waarom we amper meisjes zien op een basketveldje of op het skatepark. Er wordt vaak, ten onrechte, gedacht dat het hun persoonlijke keuze is om minder naar buiten te gaan. Deze redenering legt de verantwoordelijkheid bij meisjes zelf, in plaats van te zoeken naar de oorzaak van deze ongelijke verhoudingen.
Er zijn namelijk verschillende drempels die meisjes ervan weerhouden om even veel rond te hangen en te sporten in de publieke ruimte als jongens. Hoewel die drempels voor vrouwen en meisjes heel herkenbaar zijn, beseffen zij zelf ook niet dat dit uitsluitingsmechanismen zijn die ervoor zorgen dat zij automatisch minder gebruik gaan maken van de publieke ruimte. Daarom lijkt het voor sommige meisjes ook alsof het hun eigen keuze is om weinig buiten te sporten en voelen ze misschien zelfs niet de wil om hier verandering in te brengen.
In wat volgt, geven we een beknopt overzicht van de drempels die meisjes ervaren in de publieke ruimte, waarom het belangrijk is om aandacht te besteden aan deze ongelijkheid en wat we er precies kunnen aan doen.
| Dit thema werd door kenniscentrum Vital Cities uitgebreid onderzocht in het project G.I.R.L! Ze maakten een 5-delige podcast en een schreven een whitepaper: ‘Naar een inclusieve publieke ruimte 6 bouwstenen & praktische tips voor een publieke ruimte op maat van vrouwen en meisjes’. |
Op welke drempels botsen meisjes?
Sociale drempels
Onveiligheid
Veel meisjes voelen zich niet veilig in de publieke ruimte, vooral op plekken die slecht verlicht zijn, die geclaimd worden door enkel mannen of waar weinig sociale controle is. Dit onveiligheidsgevoel wordt vaak nog gevoed door ongewenste aandacht, intimidatie of geweld. Uit onderzoek van Plan International blijkt dat 91% van de meisjes al te maken kreeg met straatintimidatie. Één derde van hen werd daarbij zelfs ongewenst aangeraakt. Uit dit onderzoek bleek ook dat de helft van de meisjes daarom bepaalde plaatsen vermijdt, uit schrik voor intimidatie en geweld door mannen. Vrouwen en meisjes hebben als gevolg ook allerhande copingmechanismen ontwikkeld om zich te kunnen voortbewegen in de publieke ruimte. Vaak passen ze hun gedrag aan om mogelijke risico’s te minimaliseren: ze denken na over welke outfit ze aandoen, welke route ze nemen, of ze een vriend(in) meenemen of ze kiezen ervoor om te fietsen in plaats van te wandelen.
Claimgedrag van jongens
Naast onveiligheid is zich onwelkom voelen een grote drempel die meisjes ervaren in de publieke ruimte. Wanneer er op een bepaalde plaats alleen maar jongens aanwezig zijn, krijgen meisjes het gevoel dat zij daar niet thuishoren.
Jongens gebruiken vaak veel van de beschikbare ruimte voor hun activiteiten (Helleman, 2022). Dat maakt dat er minder ruimte vrij is voor meisjes, wat het nog moeilijker maakt om zelf een eigen plekje te claimen, zeker om te sporten. Gebrek aan zelfvertrouwen om ruimte in te nemen speelt de meisjes hier parten.
Gegenderde verwachtingen
Ook de dag van vandaag heersen nog stereotypen over wat als passend gedrag beschouwd wordt voor meisjes. Rondhangen of sporten in de publieke ruimte worden gezien als activiteiten voor jongens, waar meisjes beter niet aan meedoen. In bepaalde buurten is het voor meisjes helemaal not done om rond te hangen, waardoor ze vaker naar het centrum gaan om te ontsnappen aan deze reputatieschade en sociale controle (De Backer, 2015). Wanneer ze toch zouden deelnemen aan zulke activiteiten, ervaren meisjes vaak angst om beoordeeld of uitgelachen te worden.
| Meer weten over welke drempels meisjes ervaren in de publieke ruimte? Ze vertellen er zelf alles over in de Vital Cities Podcast (aflevering 2). |
Fysieke drempels
Stadsplanning kreeg eeuwenlang vorm vanuit een mannelijk referentiekader – veel minder vanuit het perspectief van kinderen, jongeren, ouderen, vrouwen, mensen met een beperking, etc. Er is dus vaak een gebrek aan aandacht voor de drempels die deze groepen ervaren en wat hun wensen en behoeften zijn naar de invulling van de publieke ruimte. Dat maakt dat mensen, weliswaar onbedoeld, uitgesloten worden.
Wanneer steden een plek voor jongeren aanleggen, denken ze snel aan een sportveld of een skatepark, terwijl de gebruikers van zulke plekken vooral mannen zijn. Niet dat meisjes deze sporten niet willen beoefenen, maar de ruimte wordt vaak monofunctioneel ingericht. Als gevolg wordt de plek door jongens gedomineerd en voelt het daar niet veilig voor meisjes, dus zullen ze er wegblijven. Het gebrek aan een veelzijdige ruimte, die meerdere belangen dient, ontneemt meisjes kansen om ook actief te zijn in de publieke ruimte. Ook een gebrek aan basisfaciliteiten, zoals zitplekken, waterfonteintjes en proper sanitair speelt een rol in de ontoegankelijkheid van publieke ruimtes voor verschillende groepen mensen, waaronder meisjes en vrouwen.
Waarom is dit nu zo’n probleem?
Uit onderzoek blijkt dat buitenruimtes een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van jongeren. Ze hebben een leer- en ontmoetingsfunctie: jongeren kunnen er experimenteren met omgangsvormen, een eigen identiteit ontwikkelen en komen er in aanraking met diversiteit. Ze leren er omgaan met anderen, met bekenden en onbekenden. Daarom noemt onderzoeker Sven De Visscher de publieke ruimte een mede-opvoeder voor kinderen en jongeren (De Visscher, 2009). Aangezien hier dus veel ontwikkelingskansen liggen, is het van belang dat meisjes een gelijke toegang hebben tot buitenruimtes. Deze publieke plekken zijn extra belangrijk voor jongeren die opgroeien in maatschappelijke kwetsbaarheid, omdat ze vaak over minder privé binnen- en buitenruimte beschikken in hun huizen.
Er wordt globaal genomen veel minder geïnvesteerd in meisjes dan jongens. Ze zorgen amper voor overlast, doen het beter op school en het vergt veel meer inspanning om hen te bereiken. Bij grote besparingen of niet-indexering zijn het binnen het jeugdwerk vaak de meisjeswerkingen die als eerste sneuvelen. Toch is het dringend nodig om te investeren in meisjes, want het is een stuk slechter gesteld met hun sociale, fysieke en mentale gezondheid dan die van hun mannelijke leeftijdsgenoten (Dierckens e.a., 2023). Ze kampen onder meer vaker met zenuwachtigheid, slaapproblemen en zelfmoordgedachten. Er zijn ook duidelijk waarneembare verschillen naargelang leeftijd en opleidingsvorm: bij meisjes tussen 15 en 18 jaar en meisjes uit het tso en bso is dit welbevinden nog slechter. Deze signalen mogen niet genegeerd worden.
Een complexe uitdaging die we lokaal kunnen aanpakken
Het sociaal onrecht waarbij meisjes minder kansen krijgen om zich gezond te ontwikkelen, raakt diverse taaie knopen in onze samenleving. Het is een complexe uitdaging, een zogenaamd ‘wicked problem’, met veel oorzaken op diverse dimensies. Als we hier verandering in willen brengen en impact willen creëren, zullen we transversaal en collectief moeten handelen en samenwerken. Een lokaal bestuur kan samen met diverse actoren tienermeisjes meer mogelijkheden bieden om die publieke ruimte wél te gebruiken om elkaar te ontmoeten, te bewegen en hun leefwereld te verruimen. Om helder uit te leggen hoe ze dit best aanpakken, gebruiken we bij Vital Cities het model beweegvriendelijke omgeving (Hoyng & van Eck, 2021). Dat model vertrekt vanuit de redenering dat er drie pijlers zijn om een kwalitatieve beweegvriendelijke omgeving te realiseren: hardware, software en orgware. Inzetten op alle drie deze pijlers is ook nodig als we de publieke ruimte veiliger, toegankelijker en aantrekkelijker willen maken voor tienermeisjes.
- Hardware: infrastructuur en inrichting publieke ruimte
- Software: activiteiten en interventies
- Orgware: organisatie en afstemming

Hardware: Inzetten op inclusief ontwerp van de publieke ruimte
Voldoende verlichting en een goed onderhoud van de ruimte doet al wonderen voor de verschillende gebruikers. Daarnaast is het combineren van functies op een plek een goed idee. Het zorgt ervoor dat verschillende gebruikers de publieke ruimte delen en dat er meer sociale controle is, wat op zijn beurt zorgt voor een veiliger gevoel.
Er bestaat geen ontwerpstandaard of gouden formule voor een inclusieve ruimte op maat van vrouwen en meisjes, omdat elke ruimte en gemeenschap unieke behoeften heeft. Daarom is het cruciaal om de eindgebruikers actief te betrekken in het ontwerp, om ervoor te zorgen dat de ruimte echt aansluit bij hun wensen.
Software: Inzetten op activiteiten en begeleiding in de publieke ruimte
Om een ruimte echt inclusief te maken, is er meer nodig dan enkel een doordachte inrichting en multifunctionele infrastructuur. Er moet ook actief ingezet worden op software, de activatie van de ruimte. Uit onderzoek blijkt zelfs dat programma’s en sociale activiteiten in de publieke ruimte relevanter zijn voor hen dan fysieke faciliteiten (Bocarro et al., 2015).
De eerste lijn kan hier een belangrijk rol in opnemen. Heel wat eerstelijnsactoren bieden de tienermeisjes een betrouwbare omgeving waar ze elkaar kunnen ontmoeten, talenten kunnen ontdekken en ontwikkelen. Wanneer meisjes dus met een groep die ze kennen, bijvoorbeeld binnen het jeugdwerk, op pleintjes en in parken samen activiteiten doen, worden die plekken voor hen vertrouwd (Miedema, s.d.). Tegelijk wordt de boodschap meegegeven dat meisjes wel dingen mogen doen in de publieke ruimte. Het is bovendien voor meisjes veel gemakkelijker om samen met een groep ruimte te claimen dan dat ze dit op hun eentje of met enkele vriendinnen moeten doen.
Ook het lokaal bestuur zelf of organisaties zoals buurtsport kunnen hierbij ondersteunen, door laagdrempelige sportactiviteiten voor meisjes op te zetten in de publieke ruimte. Belangrijk hierbij is dat de positieve ervaring centraal staat door veel aandacht voor het sociale aspect van de activiteit, eerder dan het competitieve.
Orgware: Inzetten op een collectieve strategie en een transversaal beleid
Het is een gedeelde verantwoordelijkheid van heel wat actoren om publieke ruimte toegankelijk, aantrekkelijk en verwelkomend te maken voor (ook) tienermeisjes: tienermeisjes zelf, jongens, ouders, gemeenschappen, burgers, jeugdwerk, verenigingen, onderwijs, beleidsactoren, politici. De noodzakelijke verandering kan niet vanuit één perspectief of dimensie gecreëerd worden. Aparte goedbedoelde interventies hebben niet voldoende effect om sociale verandering te verwezenlijken. Een aangehouden gemeenschappelijke focus en versterken van elkaars initiatieven wel.
Investeren in ruimte voor meisjes is investeren in hun toekomst
Als samenleving hebben we de verantwoordelijkheid om publieke ruimtes te creëren waar álle mensen zich welkom en veilig voelen. Tienermeisjes maken momenteel veel minder gebruik van deze ruimtes, en dat is een probleem dat we niet langer kunnen negeren. De ontwarring van dit wicked problem vergt een transversale aanpak waarbij stedenbouw, beleidsmakers, jeugd- en sportverenigingen en lokale gemeenschappen gaan samenwerken. Door in te spelen op specifieke behoeften van meisjes en de drempels die zij ervaren, kunnen we inclusieve plekken ontwikkelen waar zij net zoals jongens actief kunnen zijn en hun vrienden ontmoeten. Het gaat immers om veel meer dan alleen fysieke ruimte: het gaat om gelijke ontwikkelingskansen, algemeen welzijn en toegang tot sport en ontspanning. Investeren in inclusieve publieke ruimtes voor meisjes is dus investeren in hun toekomst.
Meer weten?
Luister dan zeker naar de Vital Cities Podcast en lees via deze link de publicaties over de resultaten van hun G.I.R.L-onderzoek.
Bronnen
Geldof, D. & Oosterlinck, S. (2019). Conviviaal samenleven in de superdiverse stad. Sociaal.net https://sociaal.net/achtergrond/conviviaal-samenleven-in-superdiverse-stad/
Hoyng, J., van Eck, M. (2021). Model beweegvriendelijke omgeving (BVO-model). Kenniscentrum sport & bewegen. Geraadpleegd van https://www.kennisbanksportenbewegen.nl/? file=10322&m=1616999350&action=file.download
JES (2023). Gender en de stad: Les filles (ne) traînent (pas). https://jes.be/destemvanjongeren/gender-en-de-stad/
JOP (2023). Welbevinden en mentale gezondheid. Via https://www.jeugdonderzoeksplatform.be/wp-content/uploads/2024/02/welbevinden-en-mentale-gezondheid.pdf
Schrijvers, K., Dierckens, M. & Deforche B. (2023). Studie Jongeren en Gezondheid, Mentaal, sociaal en fysiek welzijn [Factsheet]. HBSC-UGent. https://www.jongeren-en-gezondheid.ugent.be/wordpress/wp-content/uploads/2023/08/3_Factsheet_MentaalSociaalFysiekWelzijn.pdf
Kastit, I., Venkeerberghen, T. & Van Oyen, F. (2021). De kracht van meisjeswerk. Uit de Marge. https://www.uitdemarge.be/wp-content/uploads/2021/05/UDM_DeKrachtVanMeisjeswerk_ONLINE.pdf
Kenniscentrum Kinderrechten vzw (2022). De impact van de coronamaatregelen op kinderen, jongeren en jongvolwassenen. Een systematische literatuurstudie. Wat is de impact van de coronamaatregelen op kinderen, jongeren en jongvolwassenen? | Kenniscentrum Kinderrechten (keki.be)
Kind en Samenleving (2020). Tienervriendelijke publieke ruimte. Inspiratieboek voor ruimtelijke professionals en pleitbezorgers van tienerruimte. Via https://k-s.be/medialibrary/purl/nl/4948510/Tienervriendelijke%20publieke%20ruimte.pdf
Meire, J. (2020). Het grote buitenspeelonderzoek. Buiten spelen in de buurt geobserveerd. Kind & Samenleving. https://k-s.be/spelen-en-vrije-tijd/spelen/het-grote-buitenspeelonderzoek/
Miedema, S. (s.d.). Meisjes en de publieke ruimte. Kind en Samenleving. Via https://k-s.be/medialibrary/Meisjes%20en%20de%20publieke%20ruimte_2776.pdf
Moris, M. & Loopmans, M. (2015). Jongeren in de publieke ruimte. Uit De Marge en Cera. Via 150217_marjan_moris_-_jongeren_in_de_publieke_ruimte.pdf (demos.be)
Van Bouchaute, B., Görgoz, R. & Cristiaensen, P. (2022). Get Up, Stand Up. Jongeren op de bres tegen onrecht. Arteveldehogeschool.
Van Steijn, A. (2016). Vrouwen en meiden laatst. Publiek ruimte (september-oktober 2016), 34-36.
Vettenburg, N. (1989). Jeugd en maatschappelijke kwetsbaarheid. Onderzoeksgroep Jeugdcriminologie KU Leuven.
Wijntuin, P. (2019). Mijn buurt is leuk en gezellig. De betekenis van de buurt voor Marokkaans-Nederlandse jongeren in achterstandswijken [doctoraal proefschrift]. Radboud Universiteit Nijmegen. Via https://husite.nl/kus/wp-content/uploads/sites/208/2019/09/proefschrift-PWijntuinV3-001.pdf